Je mensbeeld als coach
Je mensbeeld als coach
Van Rogers tot Spinelli
In de opleiding Holistisch Systemisch Coach vinden wij het belangrijk dat je als coach onderzoekt waarom je werkt zoals je werkt. Dat je reflecteert en onderzoek doet naar vragen als: Vanuit welk mensbeeld coach ik? Wat zijn mijn aannames? Op welke wijze maak ik zelf deel uit van een gesprek? Hoe spelen mijn eigen emoties mee in een gesprek?
Want coachen op HBO-niveau is meer dan het leren hoe je mensen verandert en leren hoe je instrumenten werken. Wij vinden het belangrijk dat je ontdekt vanuit welke aannames je werkt, dat je onderzoekt of deze passend zijn in de context waarin je coacht. Dat je ontdekt welke overtuigingen en patronen je hebt ontwikkeld. En tot slot dat je leert hoe je met al deze onvermijdelijke ingrediënten werkt als professioneel coach.
Dit artikel helpt je bij het ontdekken, ontwikkelen en aanscherpen van je professionele kaders. Soms krijg je antwoorden, maar niet altijd. Het artikel zet je zeker aan tot reflectie en zelfonderzoek. Want dat vinden wij als opleiders belangrijk. Je persoonlijke groei en ontwikkeling als coach gedurende de opleiding, is minimaal even belangrijk als het leren werken met nieuwe methoden en instrumenten.
Van nature
Het is vanzelfsprekend dat je als coach ervan uitgaat dat de mens van nature wil groeien en ontwikkelen. Een dergelijk mensbeeld lijkt niet meer dan logisch; men komt immers bij je met een vraag of een probleem om opgelost te worden en dat is groei.
Toch kan het geen kwaad te onderzoeken of dit mensbeeld juist is, hoe het precies in elkaar steekt, en wat dit betekent voor jou als coach. Wat betekent het voor je beroepsuitoefening?
Humanisme: groei van nature
De mens is niet alleen een machine die reageert op driften, verlangens en externe prikkels (zoals Freud, Maslow en Skinner stellen) maar ook een levend orgaan met een eigen wil. Rogers (1951) stelt dat de mens een inherente wil in zich heeft iets te worden dat er al in zit, waarbij de omgeving of de context van de mens deze groei kan bemoeilijken of verhinderen (of natuurlijk kan stimuleren).
De mens is iemand met een wil en met persoonlijke mogelijkheden. Rogers gaat in zijn persoonsgerichte aanpak in het coachen en therapie ervan uit dat de mens een drang heeft tot zelfbehoud en ontwikkeling. Hij noemde dat de ‘actualiserende tendens’: een neiging tot zelfverwezenlijking, een tendens tot groei en ontwikkeling van nature. Alle planten en dieren groeien en ontwikkelen en dus de mens ook; dat is de gedachte.
Rogers liet het beeld van de mens als machine met een defect achter zich. De coach wordt van reparateur iemand die begeleidt bij groei.
De coach is in hoofdlijnen met drie zaken bezig:
- Onvoorwaardelijk positieve waardering: alles mag en kan gevoeld worden, er zijn geen verkeerde opvattingen, alles mag er zijn. Dit zorgt voor een veilige gespreksomgeving.
- Empathisch begrip: de coach probeert echt mee te leven, alsof hij het zelf meemaakt, dit zorgt ervoor dat de coachee zich volkomen gehoord voelt, volkomen begrip.
- Congruentie: de coach is eerlijk en authentiek, verbergt zich niet achter het masker van professionaliteit. Wat de coach voelt deelt de coach, transparant zonder oordeel, Deze waarachtigheid nodigt de coachee uit zelf ook gevoel, gedachten te laten zien.
De coach is in deze opvatting een reisgezel, die puur aanwezig is en zijn eigen agenda van verbetering en ontwikkeling niet laat meespelen. Door zo aanwezig te zijn vindt de coachee zelf zijn antwoorden en doet inzichten op. De coach vertrouwt erop dat de juiste relationele condities ruimte maken voor groei en dat het barrières wegneemt.
Deze aanpak wordt de humanistische benadering genoemd omdat het de mens met zijn mogelijkheden centraal zet. De mens is vrij, beweegt van nature en wil groeien. Deze benadering vindt zijn wortels o.a. in het oude Griekenland bij Socrates en de stoïcijnen. Socrates stelt dat het inzicht, het antwoord al in de mens zit, en dat de ‘coach’ alleen heeft te helpen bij de bevalling van het juiste antwoord.
Stober (2006) scherpt het werk van Rogers aan in haar ‘growth and change’-hypothese. Ontwikkeling zit primair al in de mens, daar gaat ze in mee. Daarom hoeft de coach maar voor zaken te zorgen en het herstel aan de coachee overlaten.
De coach legt een sterke nadruk op de relatie, werkt vanuit een holistische blik en ziet de mens als een uniek wezen in zijn geheel, en vertrouwt op het zelfherstellend vermogen van de coachee. De mens is een krachtig wezen van nature.
Existentialisme
Eerder dan Stober haar ‘growth and change’-hypothese in de wereld bracht, was er al commentaar op het gedachtengoed van Rogers. May (1969) stelde dat mens niet louter constructieve neigingen in zich heeft maar ook destructieve. De wil tot groei is natuurlijk en vanzelfsprekend maar er mist een belangrijk ingrediënt. Het bestaan, het existeren, zit vol spanning en angst over de mogelijkheden tot vrijheid, het eenzaam zijn, de zinloosheid van het leven en de dood.
De immer aanwezige spanning die deze vier ingrediënten (onvermijdelijke gegevenheden) opleveren maakt dat de mens niet alleen constructief en scheppend bezig is, maar ergens ook ‘demonisch’ is (May, 1969). Men doet verkeerd, blijft hangen, stoot af en maakt kapot. Allemaal omdat de pijn, het lijden eronder en de angst ervoor niet onder ogen gezien kan worden.
Voor de coach is de taak de coachee zich te leren verhouden tot de vier gegevenheden van het bestaan. De eerder genoemde vier thema’s: vrijheid, eenzaamheid, zinloosheid en de dood. Een totale oplossing vinden voor alle vragen rondom deze thema’s zal nooit lukken omdat ze in zichzelf tegenstrijdig zijn. Zo is de wens tot veel vrijheid waarschijnlijk gepaard met meer ervaren van eenzaamheid.
De gesprekken die je voert als coach gaan over leren leven met de gegevenheden van het bestaan. Je ‘leert’ je coachee dus om niet gegijzeld te zijn door pijn en lijden, maar vrijuit te leven, te existeren. Dat vergt moed, moed om verantwoordelijk te zijn voor de keuzen die je maakt, moed om te kiezen, moed om het einde van de het leven in de ogen te zien en moed hebben om betekenis vol te leven. Kiezen betekent ook dingen niet doen, mensen afzeggen, een baan opzeggen, een relatie beëindigen. Deze keuzen kunnen pijn doen. Als je deze pijn kunt dragen, als je bereid bent deze pijn te dragen en niet eronder te lijden, dan leef je, dan existeer je. Zowel voor de coachee als voor de coach.
Dus ook voor de coach betekent het dat je in gesprek gaat over zingeving, over onderwerpen waar je coachee van weg loopt, over gevoel dat niet gevoeld mag worden, over pijn die vermeden wordt. En over wat ten diepste ervaren wordt als invulling van een betekenisvol en zinvol bestaan. Zowaar niet eenvoudig.
De grootste verschuiving van humanisme naar existentialisme is de toevoeging van pijn en lijden op het vanzelfsprekende van groei en ontwikkeling. Waar je in het humanisme werkt met de natuurlijke neiging tot groei en alleen belemmeringen hoeft te passeren, werkt het existentialisme met de vragen en problemen van je eigen verhouding tot de vier gegevenheden van het bestaan.
De rol van de coach wordt ruimer vanuit het existentialisme. Je gaat onderwerpen aandragen waarvan je vermoedt, hoort, merkt dat deze spelen in de vraag van je coachee. In zoverre ben je actiever en richtinggevender.
Als existentialistisch coach is het zaak bekend te zijn met je eigen thematieken rondom de vier gegevenheden, vrijheid, eenzaamheid, dood en zinloosheid. Als je zelf angst of pijn beleeft in een gesprek hierover, staat dat het vrije en authentieke in de weg. Dan komt je thema tussen jou en je coachee te staan.
De nuance mist in het existentialisme
Ondanks de rijke inhoud en de treffendheid van de thematiek van het existentialisme komt er kritiek op deze aanpak. Om dat te doorgronden wordt er een uitstapje gemaakt naar de existentiële filosofie die ten grondslag ligt aan de werkwijze van May (1958) en later Yalom (1980).
Het existentiële gaat ervan uit dat de mens niet compleet wordt geboren, maar dat hij door allerlei keuzen en beslissingen steeds meer een bestaan vorm geeft. Er is sprake van vrije wil en ruimte je eigen weg te gaan als mens. Deze weg is niet gedetermineerd, dat wil zeggen van te voren bepaald alsof het je leven al in de sterren staat. De Franse filosofen Sartre en Camus zijn vertegenwoordigers van dit gedachtengoed.
In de vertaling van de filosofische benadering naar een werkbare psychotherapeutische aanpak zijn de vier hoofdthema’s ontstaan (vrijheid, eenzaamheid, zinloosheid en dood). Maar daarbij is de nuance en de compleetheid vanuit de filosofische benadering wat uit beeld geraakt.
Het bleek dat de vier thema’s meestal als oorzaak onder een probleem lagen, maar niet noodzakelijkerwijs. Het filosofische middel was een gesprek over existentiële thema’s in de meest brede zin van het woord en dat ging dus breder dan de vier thema’s. En zo werd het middel een doel.
Een middel tot onderzoek met een onbekend antwoord, of in ieder geval een zeer persoonlijk antwoord, een antwoord uit vier keuzen, namelijk de vier ‘ultimate concerns’ (Yalom, 1980).
De waarheid was vaak genuanceerder, bovendien bleken thema’s als dood, einde, vrijheid ook een systemische lading te hebben, voorbij je primaire ‘ik’, het eenzame existeren dus.
Terug naar het doel
En daarom gaat Spinelli (2014) terug naar de filosofische methode omdat hij meent dat de existentiële aanpak te beperkt is. Groei en ontwikkeling gaan verder dan een gesprek over vier categorieën en de antwoorden daarop.
Spinelli zoekt naar de zuivere ervaring, zonder inmenging en beperking van bijvoorbeeld overtuigingen, methoden, principes, eerdere ervaringen, aannames en metafysische opvattingen.
Hij wil puur naar de ervaring in het ‘hier en nu’ gaan. Het onderzoek naar de zuivere ervaring met weglating van alles wat vertroebelt en je afleidt van wat er werkelijk is. Dat betekent oefenen om je vaak snelle interpretatie op te schorten, deze tussen haakjes te zetten. Overigens zeggen de stoïcijnen ook iets dergelijks: ‘ik schort mijn oordeel op’.
Proberen je reactie uit te stellen, even afwachten en stil worden. En kijken wat er dan gebeurt. Wat gebeurt er voor de interpretatie dat is waar het leven echte leven zich bevindt.
En dan ontdek je als mens (coach en coachee) dat je je altijd tot een ander verhoudt, er is geen geïsoleerd ‘ik’, je bestaat met de ander, door de ander, je bent niet alleen. Je verhoudt je tot een ander. Dat is waar het coachgesprek over gaat. Deze verhouding bespreken en onderzoeken, die laat zich zien op het moment dat je dat bespreekt.
De coach is dan niet een vergrootglas of een verrekijker die absoluut observeert. Nee, de coach vormt samen met de coachee een tijdelijke eenheid waar een dan geldend inzicht groeit. Als coach resoneer je op de coachee en de coachee op jou. Je bent in de wereld en in contact daarmee krijg je ‘ik’ een vorm. Daar en nergens anders. Over deze energie ben je in gesprek.
Als grondtoon van een gesprek verlegt Spinelli de spanning van het bestaan in de vier thema’s naar de gehele spanning over het bestaan, die is er gewoon, los van een categorie waarin deze wordt verklaard. Deze grondloosheid is een gegeven, een soort permanente ruis. Hij stelt dat het de taak van de coach is om te kunnen verblijven in dit niet-weten, in het niet kunnen vinden van een antwoord. Dat zal ook moeten gaan blijken voor de coachee. (Hier ligt een mooie parallel met het taoïsme dat het niet-weten een belangrijke stap acht naar het vrijlaten van je ware energie).
De coach neemt dus niet weg, maar onderzoekt, is bekend met het concept van jezelf tot de wereld verhouden, probeert weg te blijven van indelingen, categorieën en theorie. De coach kan hier-en-nu, dat wil zeggen fenomenologisch, in het gesprek zijn en erin blijven. Steeds dieper, rijker, mogelijk stiller, en genuanceerder.
Spinelli noemt zijn benadering ook wel de existentieel-fenomenologische insteek. Begrijp je de wereld hier? Hoe komt de wereld terug in jou? Welke wereld ervaar? Begrijp je jezelf hier? Wat wordt zichtbaar als deze ervaring niet direct hoeft te worden opgelost?
het gesprek een ontdekking,
dat is de grote ontdekking van Spinelli
Spinelli’s benadering in al zijn rijkdom in deze paar paragrafen compleet weergeven is een onmogelijke opdracht, mede ook omdat hij geen concrete aanpak of methode heeft. Het gaat meer om de houding van de coach en over de krachtenvelden waarin je opereert als coach. En dat is ook precies wat Spinelli voor ogen heeft. Een reflectie-kader waarbij je als coach wordt uitgenodigd tot onderzoek over je eigen overtuigingen, positie en verhouding tot je coachee. Soms hoef je iets niet direct te begrijpen terwijl er toch iets plaatsvindt. Dat is Spinelli.
Betekenis in je groei als coach?
Concluderend kun je zeggen dat Rogers staat voor het vrijmaken van energie en de groei van je coachee onbelemmerd tot wasdom laten komen. Stober voegt de relationele laag toe van verbinding en veiligheid, met een holistische zienswijze.
May en Yalom menen dat pijn en angst onvermijdelijk zijn in het leven en dat deze een grote rol spelen bij het vinden van een weg in het leven. Maar zij beperken zich tot de vier veel genoemde thema’s.
Spinelli bouwt verder en verlegt het coachgesprek o.a. naar het fenomenologische onderzoek. Wat gebeurt er ter plekke? Hoe beleeft je coachee de wereld en hoe begrijp je deze.
De holistische aanpak
Wij staan in de opleiding Holistisch Systemisch Coach voor een holistische aanpak. De mens is een geheel van o.a. geest, verstand, lichaam, ziel, spiritualiteit en omgeving. Een vraagstuk los trekken van de context werkt niet. De mens als geheel zien en daarmee werken, dat geeft duurzame inzichten, biedt mogelijkheden tot transformatie.
Rogers, May en Spinelli dragen nuttige inzichten aan om verder te kijken dan de klacht. Om de vraag van je coachee in een ruimer veld te onderzoeken, en met name ook jezelf in dat veld onder de loep te nemen.
Dat is waar wij als opleiders in de opleiding Holistisch Systemisch Coach voor staan. Wat je ook leest is dat één aanpak, één methode, nooit de beste is. Zeker Spinelli stimuleert je jezelf te onderzoeken in relatie tot de jezelf en de wereld en zaken te accepteren die horen bij het leven. Het existentialisme komt tot vier thema’s, Spinelli noemt het een constante ruis van spanning over het bestaan.
Praktische vertaling
Tijdens de opleiding gaan wij rondom de vragen die in dit artikel worden opgeworpen in gesprek. Ze zijn onderdeel van opdrachten en oefeningen. We gaan in gesprek over antwoorden. Je coacht elkaar om diepere inzichten op te doen. We leren je te verblijven in het moment, in het kleine moment van het hier en nu.
En zo willen wij onze holistisch systemisch coaches opleiden: breed, reflectief, in staat om zelf in gesprek te gaan over mogelijk lastige onderwerpen.
Inhakend op wat er is en speelt (fenomenologisch), want we zeggen altijd maar zo:
alles is er al,
je moet het alleen durven en kunnen zien
Bronnen
May, R. et al (1958), Existence: A New Dimension in Psychiatry and Psychology
May, R. (1969), Love and Will
Rogers, C. (1951), Client-Centered Therapy
Spinelli, E, (2014), Practising Existential Therapy
Stober, D. (2006), Coaching from the Humanistic Perspective
Yalom, I. (1980), Existential Psychotherapy
Over de auteur
Frank Hoes is 25 jaar werkzaam als coach, trainer en adviseur voor professionals, leidinggevenden en besturen in de sectoren welzijn, overheid en vrijwilligerswerk. Hij studeerde economie, geschiedenis en filosofie, is opgeleid als Socratisch gespreksleider en volgde de opleiding tot mindfulness en ACT trainer.
Samen met Anurag ten Klooster is Frank opleider bij Academie voor Leven in de Opleiding Holistisch Systemisch Coach. Frank schreef het boek Het witte konijn – Naar eigenzinnig en inspirerend leiderschap (2018) en publiceert regelmatig artikelen en blogs over Socratisch coachen, existentialisme, besturen en persoonlijk leiderschap
Veel gestelde vragen over het onderwerp mensbeeld als coach
Wat is een mensbeeld in coaching?
Als coach werk je vaak met een aantal aannames over het zijn van mens. Is de mens bijvoorbeeld gedetermineerd? Dat wil zeggen: de levensloop ligt in grote lijnen vast. Of ga je bijvoorbeeld ervan uit dat de mens een eigen wil heeft en zelf over mogelijkheden beschikt om belangrijke keuzen te maken in het leven.
Een mensbeeld is niet per se goed of fout. Wel is het van belang je eigen mensbeeld te kennen omdat het nogal bepaalt welke richting je opgaat met je aanpak als coach.
Wat is het verschil tussen de humanistische en de existentiële benadering?
Het grote verschil tussen beide benaderingen is de opvatting over belemmeringen. Humanisme gaat uit van inherente groei en ontwikkeling van je coachee waarbij alleen lichte begeleiding nodig is van een coach om deze te helpen overwinnen.
Existentialisme ziet naast deze natuurlijke groei en ontwikkeling ook dat de mens heeft te maken met de vier spanningen die een onvermijdelijk onderdeel zijn van het leven als mens. Leren leven met deze spanningen (thema’s) maakt dat de mens echt leeft en niet er slachtoffer van is.
Wat zijn de vier spanningen of vier existentiële thema’s van May en Yalom?
De vier thema’s zijn:
- Vrijheid: de mens heeft ongekende vrijheid te doen en laten wat hij wil, juist die ruimte kan veel plezier geven, maar ook veel angst opleveren
- Eenzaamheid: de mens is een kuddedier. Hij is sociaal en heeft behoefte aan verbindingen, er is een noodzaak tot sociale contacten
- Zinloosheid: het leven is in zichzelf zinloos, het heeft geen ingebouwd nut. Je moet als mens er zelf iets van zien te maken.
- De dood: het leven eindigt onherroepelijk, dat is een tragisch gegeven.
Wat bedoelt Spinelli met zijn existentieel-fenomenologische aanpak?
Spinelli meent dat de strikt existentiële aanpak te beperkt is, middel is doel geworden. Het middel, namelijk het filosofische onderzoek, is tot doel geworden door het gesprek te beperken tot de vier gegevenheden van het bestaan, zoals hierboven beschreven. Het leven is meer dan dat. De mens draagt een constante spanning bij zich over het bestaan en zijn verhouding tot de wereld. Dat is waar het gesprek over moet gaan, aan de hand van wat zich direct aandient, vrij van overtuigingen, principes en aannames. Hij pleit voor het fenomenologisch onderzoek.
Welk mensbeeld hanteert de Academie voor Leven in de Opleiding Holistisch Systemisch Coach?
De Academie voor Leven werkt vanuit een breed kader als het gaat om mensbeeld. Enkele ingrediënten daarvan zijn genoemd in dit artikel: het humanisme, de fenomenologie, het taoïsme en het existentialisme). Doel is om de (aankomend) coach te scherpen op deze onderdelen.
In algemene zin zien wij als Academie de mens als een holistisch-systemisch netwerk waarbij lichaam, geest, emoties, spiritualiteit en omgeving een rol spelen. Waarbij alles met elkaar verbonden is, en wanneer één aspect uit balans is, dat invloed heeft op het gehele systeem van de persoon. De holistisch coach werkt samen met de coachee om deze disbalans te herstellen door naar alle levensgebieden te kijken. Waarbij we erg geloven in de fenomenologische aanpak: dat wat zich ter plekke aandient, zich laat zien, geeft informatie over wat er speelt.
Dit maakt holistisch coachen effectief voor het aanpakken van diepgewortelde en hardnekkige problemen, omdat het niet alleen op symptomen focust, maar op de oorzaak van de disbalans.

Over de auteur