Existentialisme en coaching

Existentialisme en coaching

Naar een fenomenologische grondhouding in het coachvak

artikel geschreven door Frank Hoes

‘Wat voor een moeder wil je zijn?’

Door deze vraag brak ze. Ze stopte met uitleggen en verklaren; uitleggen hoe ze haar wat opstandige puberzoon in het gareel probeerde te houden; verklaren hoe de conflicten met haar zoon ontstonden; verdedigen waarom ze vond dat ze in haar recht stond; rechtvaardigen dat het lastig was voor haar doordat de vader afwezig was als gevolg van een vroege scheiding.

Door deze vraag werd ze stil. Haar blik ging naar binnen, naar haar hart.
Een traan welde op.
Ze fluisterde: ‘liefde’ en ‘verbinding’.

De vraag ‘wat voor moeder wil je zijn’ is een typisch existentiële vraag: een vraag over hoe je wenst te leven, hoe je in het leven wilt staan, gegeven allerlei tegenstrijdige krachten in het leven. De eigen wil tegenover de wil van een ander. De ene ouder zorgzaam, de andere afwezig. De een wijs door levenservaring, de ander jong en aanstormend.

Wat te doen in zulke situaties? Hoe wil je leven? Wat is dan belangrijk voor je? Wat is zinvol, voor jezelf en voor de ander? Wat is verstandig?

Vaak zijn de antwoorden complex en tegenstrijdig tegelijk: de moeder die haar wil oplegt omdat ze het beste voorheeft met haar zoon, de zoon die vrijheid verlangt; de moeder die liefde geeft, de zoon die liefde anders geuit ziet.

Inleiding

Onder vrijwel ieder coachvraagstuk ligt een diepere en wezenlijkere vraag. Het is de laag van de existentiële onvermijdelijkheden. Een vraag over time-management is zelden alleen een vraag over plannen en prioriteren. Een conflict op de werkvloer is zelden alleen een kwestie van werkafspraken verhelderen. Onder klachten over stress en drukte liggen vaak wezenlijke levensvraagstukken. Wie als coach uitsluitend instrumenteel te werk gaat, met modellen, technieken en stappenplannen, mist deze wezenlijke vraag en slaat een zeer relevante onderstroom over: de laag waar vraagstukken leven als persoonlijke levensvraagstukken. De existentiële benadering geeft de coach handvaten om deze levensvragen te bespreken.

Dit artikel behandelt de filosofische en psychologische grondslagen van de existentiële benadering, plaatst haar naast verwante tradities zoals het boeddhisme, het stoïcisme en de socratische levenskunst, en vertaalt de theorie naar concrete implicaties voor de coachpraktijk.

Dit artikel is bedoeld voor de coach die zijn vak verder wil verdiepen vanuit diverse wijsheidstradities en die bereid is de eigen, mogelijk wat instrumentele praktijk te toetsen aan een breder, filosofisch geschoold begrip van wat het betekent om mens te zijn.

1. De existentiële grondslagen

Een van de principes van de existentiële psychologie, en daarmee van de existentiële benadering, is het idee dat de mens zich voortdurend ontwikkelt en zichzelf verandert. De mens is geen statische entiteit, maar bevindt zich permanent in een proces van wording: het existeren, het bestaan zelf.

Het existentialisme legt sterk de nadruk op het concept van ‘zijn-in-de-wereld’, Dasein, zoals de filosoof Heidegger het formuleert. Anders gezegd: bestaan in de wereld, oftewel existeren in de wereld.

Bestaan in de wereld heeft tot gevolg dat je onderschrijft dat de mens altijd in relatie staat tot zijn omgeving, natuur, zijn medemens en zijn eigen mogelijkheden, onmogelijkheden en sterfelijkheid.

Die relaties betekenen een voortdurende interactie met anderen en de wereld. Het vormt een essentieel onderdeel van het mens-zijn en is bepalend voor hoe individuen zichzelf en hun leven begrijpen, keuzes maken, ernaar leven en ervaren of ze ‘echt en zinvol’ leven.

De mens heeft de kans en de mogelijkheid om in de wereld te staan, echt te zijn en te bestaan. En soms is dat een hele opgave.

Het existentialisme ontstond als tegenreactie op het determinisme van het behaviorisme en de psychoanalyse. Waar deze stromingen de mens beschouwen als een grotendeels passief object dat reageert op externe prikkels (Pavlov), conditionering (Skinner) of onbewuste driften (Freud), benadrukt het existentialisme juist de menselijke vrijheid en het vermogen om verantwoordelijkheid te nemen en te dragen. Existentiële denkers verwerpen conditionering en driften niet, maar stellen dat er veel meer is dan dat. De mens wordt dus niet volledig verklaard door zijn verleden of zijn omstandigheden; hij is, en vooral ook, degene die zich tot dat verleden, het nu, de toekomst en de omstandigheden verhoudt.

Het voortdurende wordingsproces van de mens, het existeren, het zijn en bestaan, is een permanente strijd tussen allerlei existentiële dilemma’s. De grote thema’s hierin zijn: het zoeken naar betekenis, de angst voor de dood, en de spanning tussen individualiteit (vrijheid) en verbondenheid met anderen. Deze thema’s liggen vaak ten grondslag aan persoonlijke problemen en vraagstukken in het leven, zoals: Waarom ben ik zo lusteloos? Waarom heb ik zo vaak ruzie? Waarom ben ik zo snel afgeleid? Waarom kies ik iedere keer de verkeerde partner? Waarom lukken mij dingen nooit? Waarom ben ik zo ongelukkig?

Deze thema’s kunnen interne conflicten veroorzaken, gevoed door ervaringen en gebeurtenissen in het leven van de cliënt. Zulke interne conflicten worden vaak zichtbaar in de relaties die iemand met anderen aangaat: in het contact met de ander spiegelt de ander jouw tekortkoming en niet-beantwoorde existentiële vragen.

Tegenreactie

Rollo May heeft de existentiële benadering vanuit de filosofie toegepast op de psychotherapie, met name in zijn invloedrijke bundel Existence (1958). Daarin betoogt May, als reactie op het behaviorisme, dat de mens geen wezen is dat louter reageert op externe prikkels en onbewuste stromen, maar een wezen dat zich verhoudt tot zichzelf, tot zijn eigen leven en tot zijn omgeving, waaronder de verbinding met familie en vrienden. Dit vraagt om een gesprek over het bestaan zelf, juist omdat dat bestaan geen vaststaand, deterministisch gegeven is. Het draait, volgens May, om mens worden en mens zijn.

Oud-hoogleraar psychotherapie Irvin Yalom is een belangrijke volger van May; zijn werk staat bijna in zijn geheel in het teken van het existentialisme. Lees bijvoorbeeld zijn boeiende en rijke romans De Schopenhauer-kuur (2007) en Nietzsches Tranen (2012).

Yalom (1980) stelt dat mens-zijn betekent dat men onherroepelijk met vier onvermijdelijke zekerheden van het bestaan te maken krijgt:

  • het leven is eindig;
  • we leven in isolatie: we worden alleen geboren en sterven alleen, en toch kunnen we niet alleen leven, we zoeken verbinding en zinvolle relaties;
  • we leven in vrijheid: we kunnen kiezen, en wel uit een bijna oneindig aantal mogelijkheden;
  • het leven is zinloos, het bestaan van de mens is zinloos, daartegenover staat ons verlangen om zinvol en betekenisvol te leven.

Deze vier onvermijdelijke zekerheden van het bestaan staan aan de bron van allerlei fijne en minder fijne gevoelens en gewaarwordingen. Hieronder een overzicht, in grote lijnen, van angst, vrijheid en zelfrealisatie aan de hand van May en Yalom.

Angst

Angst is een fundamenteel aspect van het menselijk bestaan. May maakt onderscheid tussen normale en neurotische angst.

  • Normale angst: een natuurlijke reactie op de onzekerheid en verantwoordelijkheid van het leven. Zij kan een drijvende kracht zijn voor persoonlijke groei en verandering. De angst om te falen kan iemand bijvoorbeeld motiveren zich beter voor te bereiden op een opdracht.
  • Neurotische angst: een verlammende vorm van angst die ontstaat wanneer mensen hun vrijheid en verantwoordelijkheden ontkennen. Dit kan leiden tot stagnatie en psychologische problemen, zoals depressieve klachten of obsessief gedrag.

May wijst erop dat het vermijden van angst vaak leidt tot psychische klachten. Het onderdrukken van existentiële angst resulteert in gevoelens van leegte, depressie en vervreemding. Het is daarom van belang angst onder ogen te zien en haar te integreren in het leven, in plaats van haar weg te drukken.

Een verwant thema is het onderscheid tussen angst en schuld. May beschrijft existentiële schuld als het besef niet volledig naar zijn eigen potentieel te leven. Dit besef kan ontstaan wanneer iemand zijn ware verlangens onderdrukt, of zich conformeert aan maatschappelijke verwachtingen in plaats van authentieke keuzes te maken.

May verwijst in dit verband ook naar Friedrich Nietzsche, die stelde dat angst en lijden onvermijdelijk zijn, maar dat zij mensen tegelijkertijd kunnen dwingen sterker en authentieker te worden. De opgave is deze angsten niet als louter destructief te ervaren, maar als een impuls tot groei en verandering.

Vrijheid

Angst en vrijheid blijken in de existentiële benadering nauw met elkaar verweven: precies het besef van vrijheid roept vaak angst op.

Vrijheid, een kernbegrip binnen het existentialisme, brengt onvermijdelijk verantwoordelijkheid met zich mee. Mensen hebben de neiging hun vrijheid te ontkennen door zich te onderwerpen aan externe autoriteiten of sociale conventies. May beschrijft hoe het ontkennen van verantwoordelijkheid kan leiden tot gevoelens van machteloosheid en vervreemding.

Ook hier speelt het eerder genoemde begrip ‘existentiële schuld’: het besef niet volledig naar zijn potentieel te leven.

Het besef van vrijheid kan overweldigend zijn en tot angst leiden. Mensen zoeken dan ook vaak manieren om deze angst te verminderen door zich vast te klampen aan externe structuren zoals religie, ideologie of sociale normen. Hoewel dergelijke structuren houvast kunnen bieden, kunnen ze ook de persoonlijke groei beperken wanneer zij kritiekloos worden gevolgd.

May verwijst in dit kader naar Sartres concept van mauvaise foi – kwade trouw – waarbij mensen zichzelf voor de gek houden door te geloven dat zij geen andere keuze hebben dan zich te conformeren aan de verwachtingen van anderen. Dit zelfbedrog leidt tot een vervreemd leven waarin men niet werkelijk vrij is.

Zelfrealisatie

Wie deze vrijheid ten volle erkent en draagt, komt uit bij wat May zelfrealisatie noemt: authentiek leven. Authentiek leven betekent dat iemand trouw blijft aan zichzelf en zijn eigen waarden en doelen bepaalt, in plaats van deze kritiekloos van anderen over te nemen.

Authenticiteit vereist:

  • zelfreflectie en eerlijkheid over eigen gevoelens en verlangens;
  • moed om moeilijke keuzes te maken en verantwoordelijkheid te nemen;
  • acceptatie van onzekerheid en ambiguïteit als een inherent deel van het leven.

Mensen die een authentiek leven leiden, ervaren vaak een diepere voldoening en betekenis in hun bestaan. May benadrukt dat authenticiteit niet betekent dat men vrij is van sociale relaties of verplichtingen, maar dat men bewust kiest hoe men zich tot anderen en de wereld verhoudt.

Een centrale vraag in dit verband is hoe iemand kan omgaan met de spanning tussen authenticiteit en sociale verwachtingen. May stelt dat, hoewel externe invloeden onvermijdelijk zijn, het de taak van het individu blijft een balans te vinden tussen eigen waarden en maatschappelijke normen.

Sporen uit het verleden

Angst, vrijheid en authenticiteit spelen zich niet in een vacuüm af, maar binnen de levensloop van een mens. De levenscyclus van de mens, en van alle levende wezens, bestaat uit geboorte, groei, bestendiging, aftakeling en dood. Iedere fase kent haar eigen kenmerken en natuurlijke gebeurtenissen. In de pubertijd groeit de mens fysiek enorm. In de fase van bestendiging worden relaties aangegaan, mogelijk voor het leven, en krijgt het leven inhoudelijk vorm door werk en vriendschap.

Naast deze min of meer vanzelfsprekende gebeurtenissen maakt de mens van alles mee. Men hoopt dat het leven zich houdt aan een optimale indeling, maar helaas heeft het leven soms meer in petto dan je zou wensen.

Zo kunnen mensen klachten en vragen ontwikkelen wanneer de balans in de existentiële thema’s onvoldoende aanwezig is. Men voelt zich eenzaam en wil graag zinvolle relaties aangaan. Of het leven voelt op enig moment leeg en plat. Of men kan grote en enerverende gebeurtenissen niet, of met moeite, dragen en verdragen.

2. Hoe de existentiële benadering helpt

May bespreekt de historische ontwikkeling van het existentialisme en de manier waarop dit zich verhoudt tot andere psychologische stromingen. Existentialisme is volgens hem niet louter een filosofische traditie, maar tevens een praktische benadering die behulpzaam is bij het begrijpen en begeleiden van mensen in hun zoektocht naar betekenis en zelfontplooiing.

Voor de psychotherapie, en in het verlengde daarvan voor coaching, betekent dit dat de existentiële benadering zich niet uitsluitend richt op het verhelpen van symptomen, maar op het verkennen van de fundamentele vragen van het bestaan. De rol van de coach of therapeut is een open dialoog te creëren waarin de cliënt wordt aangemoedigd zijn of haar angsten, verlangens en waarden te onderzoeken.

Belangrijke principes binnen de existentiële benadering zijn:

  • de erkenning van de cliënt als een uniek en vrij individu;
  • het bevorderen van zelfbewustzijn en verantwoordelijkheid;
  • het ondersteunen van de cliënt bij het vinden van persoonlijke betekenis en doel.

May en Yalom beschrijven hoe de existentiële benadering gebruikmaakt van een fenomenologische methode, waarbij de subjectieve ervaring van het individu centraal staat. Dit betekent dat coaches, psychologen en therapeuten zich moeten richten op de vraag hoe de cliënt zijn of haar eigen werkelijkheid ervaart. De existentiële benadering wijst het idee af dat er universele psychologische wetten bestaan die op iedereen van toepassing zijn; in plaats daarvan benadrukt zij de uniciteit van elk individu.

Vooral Yalom beschrijft hoe de mens een leven lang allerlei ervaringen, herinneringen, dromen, verlangens en ambities met zich meedraagt: een geheel van leven dat op holistische wijze meespeelt in het heden, in het moment nu. Vervelende en traumatische ervaringen laten hun sporen na in het heden; het lichaam, hersenen en zenuwstelsel, slaat ze op. Ieder mens ontwikkelt een eigen manier om zich hiertoe te verhouden: ontkennen, ontwijken, erin zwelgen, of ermee leren leven.

Hoe de mens het leven draagt, voel, ervaar en merk je als coach direct op in het contact met je cliënt. Een groot verschil tussen de inhoud van iemands woorden en zijn feitelijke gedrag, het ontbreken van congruentie, kan wijzen op onderliggende existentiële vraagstukken.

Fenomenologie

Hoe je dat verschil tussen woord en gedrag precies opmerkt, brengt ons bij Yaloms belangrijkste bijdrage: de fenomenologie van het coachgesprek zelf. Hij brengt zeer verfijnd de processen tussen coach en cliënt in kaart.

De coach krijgt in de gesprekken die hij voert een kijkje in de wijze waarop de cliënt zich verhoudt tot zijn persoonlijke angsten en verlangens, zijn existentiële thema’s, de subjectieve ervaring van het individu. Deze subjectieve ervaring hoor je naar aanleiding van de vragen die je als coach stelt. Maar bovenal krijg je daarbij informatie mee over verwerkte en niet-verwerkte dilemma’s. Die zie je gewoon, die merk je op als coach, die ervaar en voel je, ter plekke in het hier en nu.

Wat er tussen coach en cliënt gebeurt, is doorgaans een weerspiegeling van het gedrag dat de cliënt ook in andere relaties vertoont. Deze informatie kan de coach vervolgens gericht inzetten om de cliënt verder te helpen bij persoonlijke vraagstukken.

Om het gesprek tussen coach en cliënt schoon te houden, niet vervuild door de eigen existentiële angsten en twijfels, is het zaak dat de coach eerst zelf de existentiële leerweg bewandelt. Deze bestaat uit het omgaan met de eigen existentiële angsten, zelfkennis en zelfzorg.

3. De leerweg van de coach zelf

Je eigen angsten

De eerste vraag is hoe comfortabel je bent met je eigen leerweg ten aanzien van de vier onvermijdelijkheden van het leven: dood, vrijheid, zinloosheid en isolatie.

Iedere coach heeft een eigen mist, eigen vervormingen en eigen muren rond deze thema’s: onbewuste patronen en weggestopte, vervelende ervaringen, groot of klein, die tijdens een gesprek meespelen. Het gaat erom deze patronen te kennen en te herkennen, zodat zij het gesprek niet ongemerkt vervuilen. Een cliënt merkt het namelijk wanneer de coach zelf nog met bepaalde zaken worstelt. Wie voor zichzelf acceptatie en rust heeft gevonden rond de grote thema’s, zal een rustgevende en kalmerende werking hebben en uitstralen. Thema’s die je als coach niet, of slechts deels, hebt verwerkt of hebt leren dragen, blijven lastige onderwerpen in de coachgesprekken. Je zult sneller ontwijken, niet thuis geven, en emoties ontkennen of niet willen zien.

Zelfkennis

Het tweede deel betreft zelfkennis: vooral het begrijpen van hoe je mentaal, en eventueel fysiek, in elkaar steekt.

Wie wil weten hoe iets werkt, een stofzuiger of een wasmachine bijvoorbeeld, haalt het apparaat uit elkaar en bekijkt de onderdelen. Zo ook met jezelf: wie zichzelf wil leren kennen, zal zichzelf moeten ontleden.

Zorg voor jezelf

Zelfzorg kent zowel een fysieke als een mentale component. Het fysieke aspect omvat basale elementen als slapen, eten en drinken: kortom, fit en gezond blijven. Vrijwel iedereen erkent het belang hiervan; zonder deze basis komt het einde snel dichterbij.

Naast fysieke zorg bestaat er ook mentale of geestelijke zorg voor jezelf. Deze is niet van direct levensbelang op korte termijn, maar wel onmisbaar voor het welzijn op langere termijn. Zoals je je lichaam voedt en verzorgt om fit en gezond te blijven, voed je jezelf ook mentaal en geestelijk, voor je persoonlijke welzijn. Je onderzoekt de onderdelen waaruit je bent opgebouwd en zoekt naar samenhang, versterking en soms tegenwerking tussen die onderdelen.

Vragen die hierbij centraal staan:

  • Waar ben ik goed in?
  • Wat vind ik leuk om te doen?
  • Wat gaat me gemakkelijk af?
  • Waar sta ik voor?
  • Waar ben ik gevoelig voor?
  • Wat zijn mijn principes?
  • Hoe wil ik leven, wat vind ik belangrijk?
  • Waarmee geef ik mijn leven inhoud en betekenis?

Zelfzorg heeft ook betrekking op compassie. Zonder de zorg voor jezelf, kun je niet voor anderen zorgen. Empathie is belangrijk, maar er is meer. Compassie is het oprechte verlangen om het lijden van jezelf en anderen te verlichten, vanuit begrip, vriendelijkheid en verbondenheid. Geïnspireerd op het Boeddhisme betekent compassie dat je met een open hart handelt, zonder oordeel, en oog hebt voor het welzijn van alle levende wezens. De zorg voor jezelf is geen vorm van egoïsme, maar een voorwaarde om voor anderen van betekenis te kunnen zijn.

Met deze drie onderdelen, bekendheid met de eigen existentiële angsten, zelfkennis en zelfzorg, gaat de coach het gesprek aan. Een coach zal nooit geheel en al klaar zijn op deze onderwerpen, maar er is in ieder geval voldoende wijsheid aanwezig om soepel en creatief te begeleiden.

in de dialoog gaat de existentiële benadering zijn werking krijgen

4. De dialoog tussen coach en cliënt

Een gesprek start altijd met de nieuwsgierige en
verwonderde houding van de coach.

Wat bijdraagt aan het opbouwen van contact tussen coach en cliënt, is oprechte nieuwsgierigheid: diep persoonlijk contact zoeken en onderzoeken. Verwonderd, zonder oordeel, de mens zien achter zijn identiteit, diploma’s en daden. Compassievol en aanwezig.

Ieder mens ervaart, hoort, ziet en leert door intern ontstane patronen, voorkeuren en verdedigingsmechanismen, de coach evenzeer als de cliënt. Coach en cliënt kunnen precies dezelfde tekst lezen en toch een geheel andere beleving daarbij hebben: een andere boodschap eruit halen, of een ander gewicht toekennen aan wat betekenisvol is. Verwonderd de dialoog zoeken als medereiziger levert mooie inzichten op.

Goeroe en geveinsd onwetend

Tegelijkertijd verkeert de coach af en toe, zoals Yalom het noemt, in de positie van ‘de goeroe op de bergtop’. Als ervaren coach heb je doorgaans goed onder de knie waarvoor de ander bij je komt. Het is dan ook toegestaan om, al naar gelang de situatie, van positie te wisselen: van medereiziger naar stuurman, en weer terug.

Een belangrijke aanwijzing voor coaches komt uit een gesprek tussen Boeddha en zijn monniken. De monniken vragen Boeddha wie zij moeten geloven en volgen, aangezien de een dit verkondigt en de ander iets anders prijst. Boeddha antwoordt:

‘Ga niet af op wat is verkregen door er herhaald naar te luisteren; noch op traditie; noch op gerucht; noch op wat er in een geschrift staat; noch op een vermoeden; noch op een stelling; noch op een aanlokkelijke redenering; noch op de schijnbare bekwaamheid van een ander; noch op de overweging: ‘Deze asceet is onze leraar.’’

Kalama Sutta, vertaling door de redactie van buddho.org (geraadpleegd 8 september 2024).

Boeddha legt hiermee uit dat levensregels, of regels van levenskunst, niet bestaan om letterlijk te worden opgevolgd. Wat je als mens doet, en waarin je als coach anderen begeleidt, is niet het klakkeloos overnemen of toepassen van dergelijke regels in je leven. Het gaat erom jezelf eraan te toetsen en ze te gebruiken als inspiratie om je eigen leven vorm en invulling te geven.

De Griekse filosoof Socrates kwam tot eenzelfde standpunt. Socrates zegt niet: zo moet je leven, maar wel: zo kun je leren goed te leven.

Het verschil tussen beide formuleringen oogt klein, maar is groot en wezenlijk, en raakt de kern van het coachvak. Bij de eerste benadering ontvang je een lijst met voorschriften en adviezen. Bij de tweede benadering biedt Socrates een geheel andere weg: geen inhoudelijke waarheid, maar een werkwijze om tot een goed leven te komen. De vraag, de verwondering, de dialoog inzetten zodat dat de cliënt zelf de antwoorden vindt. Werken vanuit een socratische grondhouding van o.a. volledig aanwezig zijn, verwondering, niet-weten en compassie.

Het gevaar van repareren

Deze socratische grondhouding staat op gespannen voet met een verleiding die iedere ervaren coach kent: de neiging om te repareren.

Het gevaar van het ‘repareren’ van de cliënt is een reëel risico, vooral wanneer de coach te zelfverzekerd raakt. Dit risico ligt vooral op de loer wanneer er lange tijd geen incident heeft plaatsgevonden: de coach wordt dan wat gemakzuchtig en meent iedere situatie en alle personen ‘aan te kunnen’. Er ontstaat dan de neiging te snel naar een oplossing toe te werken, de snelle ‘fix’, en de eigen wijsheid te snel in te zetten, niet om te onderzoeken, maar om raad te geven en te scoren. De intentie hierachter is doorgaans oprecht, maar de werking op de cliënt is een andere. Van tijd tot tijd iemand ontmoeten die het je als coach moeilijk maakt, is dan ook waardevol voor de eigen leerweg, ook al voelt dit ongemakkelijk. De mens draagt vaak interne conflicten met zich mee. Deze kunnen symptomatisch worden opgelost, maar de werkelijke oplossing, de heling, vindt plaats door begrip, acceptatie, en het vermogen ermee te leven.

Ego

Zelden is het een briljante vraag, een schitterende analyse of een krachtige interventie die daadwerkelijk helpt. Dergelijke interventies voelen weliswaar goed aan voor de coach zelf en voeden het eigen ego. Wat werkelijk helpt, is de echte relatie van hart tot hart: oprecht medereiziger zijn vanuit een compassievolle houding.

5. Fenomenologisch werken

De relatie tussen coach en cliënt van hart tot hart krijgt concreet vorm in wat Yalom het werken met het hier-en-nu noemt: het gesprek zelf als informatiebron.

Het hier-en-nu als informatiebron

Alles waaronder de cliënt lijdt, angst, onzekerheid, stress, twijfel, laat zich zien in het gesprek met de cliënt, via de interactie met de coach zelf. Wanneer je vraagt naar een voor de cliënt spannend onderwerp, zul je die spanning zelf, actueel in het gesprek, opmerken.

Binnen de hier-en-nu-dynamiek zijn de volgende vragen relevant: wat gebeurt er op relationeel vlak tussen coach en cliënt? Wie stuurt, wie luistert? Is er sprake van openheid, van beide kanten? Is er terughoudendheid of het verbergen van gevoelens? Voelen beiden zich comfortabel? Welke emoties ontstaan, en welke worden juist achtergehouden?

Feedback en zelfonthulling in het hier-en-nu

Feedback geven op wat zich in het hier-en-nu afspeelt, is een zeer krachtig instrument, mits het eerlijk, volledig en zonder ego-strijd wordt ingevuld. Daar dient de coach absoluut eerlijk in te zijn, met inachtneming van de behoedzaamheid.

Andere vormen van zelfonthulling of feedback zijn:

  1. wat je emotioneel meemaakt in een gesprek, bijvoorbeeld: ‘wat je zegt raakt diep’, of juist andersom: ‘je vertelt veel en het raakt me niet’;
  2. je eigen professionele ervaringen delen (de eerder genoemde ‘goeroe op de berg’), zonder ego en zonder de behoefte te laten blijken hoe bekwaam je bent;
  3. iets uit je eigen leven delen: je eigen donkere en onontgonnen gebieden, terreinen waar je zelf nog maar met enige aarzeling durft te komen, met flinke lieslaarzen en een lang touw, uit angst te verdrinken of te verdwalen.
  4. delen wat jij zelf lastig vond of vindt, en waar je zelf ook vragen over hebt.

Deze vormen van zelfonthulling maakt van de coach weer mens, en juist daardoor kunnen de band en het vertrouwen tussen coach en cliënt groeien, hetgeen heilzaam is voor de ontwikkeling van de cliënt.

Het delen en onthullen lijkt een soort wet te zijn: hoe meer de coach zichzelf onthult, hoe meer ook de cliënt dit zal doen.

Fenomenologisch aanvoelen

In het gesprek zelf gaat het erom scherp te blijven op de kwaliteit van het contact: is het gesprek te snel, te langzaam, te concreet, te abstract, te ontwijkend? Vertrekt het vanuit een verkeerde aanname, vanuit een ego-positie, of juist vanuit een wijsheidspositie? Is het te aanvallend, te ondervragend? Op o.a. emotionele, rationele, energetische en intuïtieve wijze krijgt de coach van allerlei input.

Wanneer er in het gesprek iets misgaat, een verkeerde interpretatie, een gemiste toon, dan geldt: alles kan hersteld worden. Het gaat erom de dynamiek in het hier-en-nu te herkennen, deze bespreekbaar te maken, en de eigen fout of misinterpretatie toe te geven. Neem gas terug, gooi het gesprek over een andere boeg, of vraag de cliënt zelf wat er zou moeten gebeuren. Het gaat hierbij niet om het eigen gelijk van de coach, maar om de cliënt te helpen zichzelf beter te begrijpen.

Rollen omdraaien: kwetsbaarheid als methode

Een aanvullende techniek uit de existentiële benadering is het omdraaien van de rollen: van coach naar cliënt. Om een gesprek werkelijk te openen, kun je aan je cliënt vragen welke vraag hij of zij aan jou zou willen stellen. Alles mag. Hiermee toon je kwetsbaarheid. Ook hier geldt: eerlijk, kwetsbaar, zonder ego. De kunst is te antwoorden vanuit het thema waarmee de cliënt worstelt: hoe je zelf hebt geleerd om met iets te leven, of een onderwerp waarmee je zelf nog worstelt.

6. Praktische wijsheid: wat werkt voor jou?

Al deze werkvormen, van zelfonthulling tot rolomkering, dienen uiteindelijk hetzelfde doel. En daarmee komen we bij het belangrijkste inzicht: er bestaat geen universele waarheid over wat het beste is. Een algemene, voor iedereen geldige moraal bestaat niet. Wat wel te vinden is, is praktische wijsheid: de ontdekking van wat voor jou werkt. En wat houdt die dan in? Dohmen (2023) doet hiertoe een poging:

‘Om te komen tot een vorm van gemoedsrust, mildheid of zelfaanvaarding, de verzoening met alle seizoenen van het leven, de talloze veranderingen, de ingeslagen wegen en alle mislukkingen die daarbij horen; de eigen veranderlijke, feilbare en eindige identiteit, waaruit gaandeweg de eigen unieke vorm oprijst.’

Twee schijnbaar tegenstrijdige elementen uit de existentiële benadering van Yalom komen in deze praktische wijsheid samen: vrijheid en gebondenheid.

  • Vrijheid en autonomie betekenen dat je kunt doen en laten wat je wilt.
  • Gebondenheid betekent erkenning van familie, vrienden en sociale systemen. Zonder erkenning door de ander ben je feitelijk geen mens; de mens wordt pas mens in contact met anderen.

Leven is, in deze zin, relationele autonomie: het werken aan een ‘wij’ in jezelf.

Tot besluit

De existentiële benadering is de grondhouding die aan alle techniek voorafgaat en die bepaalt of een techniek werkt. Achter ieder concreet coachvraagstuk gaat een beperkt aantal onvermijdelijke gegevens van het bestaan schuil: sterfelijkheid, isolatie, vrijheid en de zoektocht naar een zinvol bestaan. Wie deze gegevens kent, en vooral: wie ze bij zichzelf heeft onderzocht, is beter in staat de cliënt te volgen, niet als goeroe die de weg wijst, maar als medereiziger die de weg begaanbaar helpt maken.

Dat onderscheidt de coach die technieken toepast van de coach die daadwerkelijk begeleidt: de verbreding van blik, van interventie naar existentie. Deze verbreding is niet vrijblijvend. Zij is de voorwaarde voor coaching die verder reikt dan gedragsverandering, en die de cliënt werkelijk in staat stelt een goed en betekenisvol leven vorm te geven.

Over de auteur

Frank Hoes is al 25 jaar werkzaam als coach, trainer en adviseur voor professionals, leidinggevenden en besturen in de sectoren welzijn, overheid en vrijwilligerswerk. Hij studeerde economie, geschiedenis en filosofie, is opgeleid als Socratisch gespreksleider en volgde de opleiding tot mindfulness en ACT trainer. Frank Hoes, auteur van het artikel over existentialisme en coaching

Bij de Academie voor Leven is Frank hoofddocent samen met collega-opleiders bij de Opleiding Holistisch Systemisch Coach. Frank schreef het boek Het witte konijn – Naar eigenzinnig en inspirerend leiderschap (2018) en publiceert regelmatig over artikelen blogs over Socratisch coachen, besturen en persoonlijk leiderschap.

Veelgestelde vragen

Wat is de existentiële benadering in coaching?

De existentiële benadering ziet coachvragen als uitingen van diepere levensvragen over sterfelijkheid, vrijheid, isolatie en zingeving. In plaats van symptomen weg te werken met technieken, onderzoekt de coach samen met de cliënt hoe deze zich verhoudt tot deze onvermijdelijkheden van het bestaan.

Wat zijn de vier existentiële ‘gegevens’ van Yalom?

Volgens Irvin Yalom (1980) krijgt ieder mens onvermijdelijk te maken met vier gegevens van het bestaan: de eindigheid van het leven, isolatie ondanks het verlangen naar verbinding, de vrijheid om te kiezen, en de fundamentele zinloosheid tegenover ons verlangen naar betekenis.

Wat is het verschil tussen normale en neurotische angst?

Normale angst is volgens Rollo May een gezonde reactie op de onzekerheid van het leven en kan aanzetten tot groei. Neurotische angst ontstaat wanneer iemand zijn vrijheid en verantwoordelijkheid ontkent, en werkt verlammend in plaats van motiverend.

Waarom moet een coach eerst zijn eigen existentiële angsten kennen?

Onverwerkte angsten van de coach rond dood, vrijheid, isolatie en zinloosheid vervuilen ongemerkt het gesprek. Een cliënt merkt het wanneer een coach zelf nog met een thema worstelt; pas wie zelf rust heeft gevonden, kan die rust ook uitstralen.

Hoe verhoudt Socratisch coachen zich tot de existentiële benadering?

Beide tradities delen het uitgangspunt dat de coach geen kant-en-klare waarheden overdraagt, maar de cliënt via vragen helpt zijn eigen antwoorden te vinden. Socrates leerde niet hoe je moet leven, maar hoe je kunt leren goed te leven; dat vraaggerichte, onderzoekende gesprek vormt de kern van beide benaderingen.

Wat betekent ‘relationele autonomie’?

Relationele autonomie is de combinatie van vrijheid en gebondenheid: het besef dat je pas werkelijk mens wordt in verbinding met anderen, terwijl je tegelijk trouw blijft aan je eigen waarden. Het is het werken aan een ‘wij’ in jezelf.

 

 

Literatuur

  • Dohmen, J. (2023). Iemand zijn. Filosofie van de persoonlijke vorming
  • Foucault, M. (1995). Breekbare vrijheid
  • Foucault, M. (2011). De moed tot waarheid
  • Hadot, P. (2003). Filosofie als manier van leven
  • Hadot, P. (2005). Oefening van de geest
  • May, R., Angel, E., & Ellenberger, H. F. (1958). Existence: A New Dimension in Psychiatry and Psychology.
  • Montaigne, M. de. (2001). Essays
  • Schmid, W. (2004). Handboek van de levenskunst
  • Yalom, I. D. (1980). Existential Psychotherapy
  • Yalom, I. D. (2025). Hour of the Heart: Connecting in the Here and Now