Pijn doet pijn. Vechten tegen pijn doet twee keer zoveel pijn.
Ik zie het in bijna iedere opleidingsdag gebeuren.Op het moment dat twee deelnemers samen oefenen. De een als client, de ander als coach. De client vertelt iets dat haar raakt. Over een oude wond, of iets waar zij al jaren niet over gepraat heeft. En er zijn tranen.
De pijn komt binnen bij de coach. Ik zie het soms letterlijk aan het lichaam. Schouders die omhoog gaan, of een adem die even stokt, het lichaam wat wat naar de ander naar voren buigt.
En dan komt het, vanuit het geraakt zijn begint het helpen. Er komt een vraag, een tip, een verklaring of een oplossing. Het liefst een snelle oplossing, zodat het voor de ander weer goed voelt.
En misschien stiekem ook voor jezelf.
In de boeddhistisch traditie wordt dat de tweede pijl genoemd. De eerste pijn is de pijn zelf. Een verlies, verdriet, een afwijzing. Of de pijn van iemand tegenover je. Daar heb je niet altijd iets over te zeggen. En dan die tweede pijl, die schiet je er zelf in. Door verzet, door oordeel, doordat je er snel vanaf wilt komen.
Shinzen Young vatte het samen als: lijden = pijn x weerstand
Hoe harder je duwt tegen wat er is, hoe groter het kan worden.
Dat zie ik ook terug bij mensen die leren coachen. Juist bij de mensen die veel om anderen geven, hebben soms een sterke neiging om iets te willen doen zodra een ander pijn heeft. Ik noem het de oplosreflex.
Iemand wordt verdrietig en je denkt: ik moet iets zeggen.
Iemand loop vast en je denkt: ik moet helpen.
Iemand voelt pijn en je denkt: ik moet zorgen dat het weer goed komt.
Maar wat als dat helemaal niet nodig is?
Wat als je als coach niet degene hoeft te zijn die de pijn wegneemt. Maar dat jij degene bent die erbij kan blijven?
Dat is veel moeilijker dan je het klinkt.
Want daarvoor moet je ook je eigen ongemak kunnen verdragen. Je moet voelen wat jou raakt, zonder meteen vanuit dat gevoel te handelen.
Daar helpt de belichaming van mindfulness en compassie. Het vermogen om in het nu aanwezig te blijven bij wat er nu gebeurt. En op te merken wat er in jezelf gebeurt. Hoe gaat je adem, wat voel je in je lichaam. Wat is je neiging, wil je iets zeggen of doen? En vervolgens niet automatisch in deze neiging mee te gaan.
Ik nodig deelnemers aan onze coachopleiding daarom tijdens oefeningen uit om juist even niets te doen. Voel je voeten op de grond. Merk je adem op. Voel wat er in je lichaam gebeurt en blijft erbij met je aandacht. Heb compassie voor wat je voelt.
Vaak zie je dan iets veranderen. Schouders zakken, de adem wordt rustiger. En ook bij de cliënt zie je dat zij meer ruimte ervaart.
De pijn is niet verdwenen, maar er zit iemand tegenover haar die het aankan. Iemand die niet schrikt van verdriet, iemand die niet meteen een oplossing nodig heeft. En niet probeert te repareren wat er gevoeld wordt.
Dat is voor mij een belangrijk onderdeel van een goede coachopleiding. Je leert natuurlijk gesprekstechnieken en verschillende methodieken. Maar je leert ook jezelf kennen. Want als coach neem je altijd jezelf mee. Je eigen overtuigingen, gevoeligheid. Je eigen reactie op verdriet, boosheid en machteloosheid.
Holistisch en mindful coachen betekent voor mij daarom dat je niet alleen kijkt naar wat de cliënt vertelt. Je kijkt naar de mens als geheel. Naar gedachten, emoties, het lichaam en de betekenis die iemand aan zijn ervaringen geeft. En je vergeet daarbij niet dat jij als coach onderdeel bent van het contact.
Veel mensen denken dat aanvaarden hetzelfde is als opgeven. Ik zie het anders. Aanvaarden vraagt moed om te blijven, te kijken, te ademen. Bij jezelf, bij de ander. Zoals bij een kind dat gevallen is, waarbij je ook niet roept dat het op moet houden met huilen.
Je kunt het kind even vasthouden, erbij blijven, net zo lang tot het weer wat rustiger wordt.
Misschien is dat we een van de belangrijkste dingen die je als coach in een coachopleiding kunt leren: Niet hoe je alle pijn kunt oplossen, maar hoe je aanwezig kunt blijven als je de pijn niet kunt oplossen.
Vraag: wat doe je met de pijn van een ander, als die bij je binnenkomt.
Hoe kan je aanwezig blijven bij de ander en bij jezelf.
